ECLI:NL:RBDHA:2021:13084
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Eritrese Dublincliënt wegens verantwoordelijkheid Italië en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Eritrese asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland, maar zijn aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk werd gehouden op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat de omstandigheden in Italië, mede door de coronapandemie, onmenselijk zijn en dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank oordeelde dat Nederland terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de asielprocedure en detentieomstandigheden in Italië zodanig zijn dat Italië niet aan zijn verplichtingen voldoet. De fictieve aanvaarding van het claimverzoek door Italië wordt als rechtsgeldig beschouwd.
Verder concludeerde de rechtbank dat de coronamaatregelen tijdelijk zijn en geen reden vormen om de overdracht aan Italië te weigeren. Ook is niet gebleken van bijzondere individuele omstandigheden die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigen. De medische situatie van eiser vormt geen belemmering voor overdracht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.