Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Nigeriaanse asielzoekster, had bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen feitelijke overdracht van haar en haar minderjarige kinderen naar Italië, op grond van het Dublin-verdrag. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had eerder besloten dat Italië verantwoordelijk was voor de asielprocedure en wilde de overdracht uitvoeren.
De rechtbank verleende meerdere voorlopige voorzieningen om uitzetting te voorkomen. Later werd de behandeling van het beroep aangehouden vanwege interim measures van het EHRM en voorlopige voorzieningen van de Afdeling bestuursrechtspraak. Uiteindelijk vond de feitelijke overdracht niet plaats.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen actueel procesbelang meer heeft bij het beroep omdat de overdracht niet is uitgevoerd en het beroep zich niet uitstrekt tot toekomstige overdrachten. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel verandert dit niet. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres kan tegen deze uitspraak binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat de feitelijke overdracht niet heeft plaatsgevonden.