ECLI:NL:RBDHA:2021:12996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzaam inkomen
Eiseres, van Guinese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familielid van de referent, die een mvv voor haar had aangevraagd. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was voldaan aan het paspoort- en middelenvereiste en de familierechtelijke relatie onvoldoende was onderbouwd.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd kennelijk ongegrond verklaard. In beroep leverde zij pas later financiële gegevens aan ter onderbouwing van het inkomen van de referent. Uit de stukken bleek dat de referent weliswaar een inkomen had, maar niet aannemelijk was gemaakt dat dit inkomen duurzaam was, zoals vereist volgens de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit.
De rechtbank oordeelde dat het middelenvereiste niet was voldaan omdat niet kon worden aangetoond dat de referent gedurende een jaar het normbedrag van €1.701,- per maand verdiende. Andere beroepsgronden werden niet meer behandeld. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht geen gelegenheid tot nader horen hoefde te bieden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende duurzaam inkomen.