ECLI:NL:RBDHA:2021:12956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 10 mei 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit werd bevestigd door een verzoek tot overname dat Italië op 13 juli 2021 aanvaardde.
Eiser betwistte de overdracht aan Italië vanwege zijn medische kwetsbaarheid en de precieze opvangomstandigheden aldaar, verwijzend naar een rapport van Schweizerische FlüchtlingsHilfe (SFH). Hij stelde dat hij onvoldoende medische zorg ontving en dat de opvang in Italië ondermaats zou zijn, wat een schending van zijn rechten zou betekenen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Het rapport van SFH bood geen nieuwe feiten die tot een ander oordeel leiden. Ook bleek uit jurisprudentie dat zelfs bijzonder kwetsbare asielzoekers aan Italië kunnen worden overgedragen.
De rechtbank concludeerde dat de medische klachten van eiser niet voldoende waren onderbouwd en dat er geen reëel risico bestaat op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheid bij overdracht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder mocht het bestreden besluit handhaven.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-in-behandeling-neming wordt gehandhaafd.