ECLI:NL:RBDHA:2021:12718
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen oplegging zwaar inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, een Marokkaanse staatsburger met een Nederlandse dochter, kreeg in 2015 een terugkeerbesluit en een tweejarig inreisverbod opgelegd. In 2020 verving de Staatssecretaris dit door een zwaar inreisverbod van tien jaar vanwege een actueel gevaar voor de openbare orde en risico op ontduiking van toezicht.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder schending van het hoor- en wederhoorbeginsel, strijd met artikel 3 en Pro 8 EVRM, en onrechtmatig verblijf. De rechtbank oordeelde dat het hoor- en wederhoorbeginsel niet was geschonden omdat eiser mondeling was geïnformeerd en gelegenheid had tot reageren. De medische situatie was onvoldoende onderbouwd om strijd met artikel 3 EVRM Pro aan te tonen.
Ten aanzien van artikel 8 EVRM Pro stelde de rechtbank dat het gezinsleven met zijn dochter erkend werd, maar dat het belang van de Nederlandse overheid bij bescherming van de openbare orde zwaarder woog. De rechtbank verwierp het beroep op het arrest Gnandi omdat de situatie van eiser anders was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.