ECLI:NL:RBDHA:2021:12702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van Wvggz voor verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag heeft op 29 oktober 2021 een beschikking gegeven inzake een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 2001, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Het verzoek werd ingediend door de officier van justitie en ondersteund door medische verklaringen, een zorgkaart, een zorgplan en een advies van de geneesheer-directeur. Betrokkene verzet zich tegen opname en behandeling, erkent haar psychische klachten maar meent geen gevaar te vormen. De advocaat pleitte primair voor vrijwillig verblijf en subsidiair voor een zorgmachtiging van drie maanden.
De arts in opleiding tot psychiater (AIOS) gaf aan dat betrokkene nog niet voldoende meewerkt aan de behandeling en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De moeder bevestigde dat betrokkene niet alleen thuis kan zijn en medicatie-instelling noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar stoornis, dat vrijwillige zorg niet mogelijk is, en dat verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk is. De zorgmachtiging werd verleend voor een periode van drie maanden, met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.
De beschikking is uitgesproken door rechter B. Martinez-Hammer en griffier P.A. Kok en schriftelijk vastgesteld op 18 november 2021.
Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor drie maanden met verplichte zorgmaatregelen ter afwending van ernstig nadeel.