Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij een voorlopige voorzieningenprocedure betreffende de zorgregeling en alimentatie voor de kinderen. Zij stelde dat de rechter partijdig was vanwege ongelijke behandeling tijdens een Skype-zitting die vertraagd was door verbindingsproblemen. Verzoekster voelde zich onvoldoende gehoord en onheus bejegend.
Het wrakingsverzoek werd echter pas dertien of veertien dagen na de zitting ingediend, terwijl het verzoek op de zitting al aanleiding had moeten worden gegeven. Verzoekster gaf aan tijd nodig te hebben gehad om het verzoek zorgvuldig te formuleren, maar de wrakingskamer oordeelde dat dit tijdsverloop onvoldoende werd gerechtvaardigd, zeker gezien de spoedeisende aard van de voorlopige voorzieningenprocedure.
De wrakingskamer stelde vast dat de rechter vermoed wordt onpartijdig te zijn en dat alleen bijzondere omstandigheden tot wraking kunnen leiden. Omdat het verzoek te laat was ingediend, werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard en werd de procedure voortgezet zonder inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek.