ECLI:NL:RBDHA:2021:12612
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te laat ingediend bezwaarschrift WW-uitkering
Eiser kreeg op 26 februari 2020 een WW-uitkering toegekend met ingang van 2 maart 2020. Verweerder herzag de hoogte van de uitkering over maart 2020 en vorderde een bedrag terug. Eiser diende op 5 februari 2021 een bezwaarschrift in tegen het primaire besluit van februari 2020, maar dit was ruim na de wettelijke termijn van zes weken.
De rechtbank overweegt dat de bezwaartermijn op 8 april 2020 eindigde en dat het bezwaarschrift dus te laat is ingediend. Eiser erkende de termijnoverschrijding en gaf als reden op dat hij eerst contact zocht met verweerder over de pensioeninkomsten. Dit ontslaat hem echter niet van zijn verantwoordelijkheid om tijdig bezwaar te maken.
De rechtbank wijst erop dat eiser ook een voorlopig bezwaarschrift had kunnen indienen om de termijn te waarborgen. Het niet herinneren aan de termijn door verweerder is geen tekortkoming. Er is geen sprake van omstandigheden die de niet-ontvankelijkverklaring in de weg staan. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en terecht niet-ontvankelijk is verklaard.