ECLI:NL:RBDHA:2021:12553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen broer en zus
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn zus te verblijven. Eerder was een mvv verleend op grond van het jongvolwassenenbeleid, maar deze kon niet worden afgehaald vanwege militaire dienst in Syrië. Bij een nieuwe aanvraag werd de mvv afgewezen omdat eiser inmiddels ouder was dan 25 jaar en niet voldeed aan de voorwaarde van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met zijn broer, die in Nederland verblijft.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat hij nog steeds als jongvolwassene moest worden aangemerkt, waarbij hij verwees naar jurisprudentie en richtlijnen die ruimte bieden voor een ruimere beoordeling. De rechtbank overwoog dat het jongvolwassenenbeleid alleen ziet op de relatie tussen ouders en hun meerderjarige kinderen en niet op die tussen broer en zus. Omdat eiser en zijn broer beiden meerderjarig zijn, moet er sprake zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, wat niet is gesteld of gebleken.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro tussen eiser en zijn broer. Hierdoor was een belangenafweging niet aan de orde en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.