ECLI:NL:RBDHA:2021:12551
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige grensdetentie ondanks verblijfsvergunning in andere EU-lidstaat
Eiser werd op 21 juli 2021 in grensdetentie geplaatst op Schiphol na zijn asielaanvraag, ondanks dat uit het EURODAC-onderzoek bleek dat hij een geldige verblijfsvergunning in Cyprus had. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde de vrijheidsontnemende maatregel op, maar hief deze op 9 augustus 2021 weer op.
Eiser stelde dat de detentie onrechtmatig was omdat hij rechtmatig verblijf had in een andere EU-lidstaat, waardoor het grensbewakingsbelang ontbrak. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat de detentie vanaf 21 juli 2021 onrechtmatig was. De rechtbank wees ook op eerdere uitspraken waarin vergelijkbare overwegingen werden gemaakt, hoewel de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraken deels had verworpen.
De rechtbank kende aan eiser een schadevergoeding toe van € 2.000,- voor de 20 dagen onrechtmatige detentie en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van € 1.496,-. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier M.M.J. Mooijer.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding van € 2.000,- toe wegens onrechtmatige grensdetentie.