Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlasteleggingen
3.De bewijsbeslissing
envoorhanden
heeftgehad, terwijl hij wist dat
die voorwerpengeheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit misdrijf;
toebehorendeaan [benadeelde 1] , heeft weggenomen uit een woning aan de [adres 2] , met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
aandeze woning ontploffingsschade is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor deze woning ( [adres 3] ), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor de bewoners van de woning en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van de woning te duchten was;
juni2020 tot en met 21
januari2021 te Zoetermeer, althans in Nederland, [vriendin verdachte] en [zus verdachte] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die
[vriendin verdachte]of [zus verdachte] dreigend de woorden toe te voegen:
jedood maken en;
joumet de grond geleik (...) ik ga je dood slaan, ik ga jou
juni2020 tot en met 21
januari2021 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ander, te weten [vriendin verdachte] of [zus verdachte] door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [vriendin verdachte] of [zus verdachte] wederrechtelijk te dwingen iets te doen, te weten:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering tot tenuitvoerlegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
24 (vierentwintig) maanden;
6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;