ECLI:NL:RBDHA:2021:12495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens crimineel gedrag onvoldoende gemotiveerd
Eiser, een Italiaans staatsburger die sinds 1970 in Nederland verblijft, kreeg zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken vanwege meerdere onherroepelijke veroordelingen voor ernstige drugsmisdrijven en rijden onder invloed, met een totale gevangenisstraf van 96 maanden. Verweerder stelde dat het persoonlijke gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt, en beëindigde zijn verblijfsrecht op grond van het Unierecht.
Eiser voerde aan dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, onder meer omdat verweerder niet voldeed aan de vereisten van belangenafweging en onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden en het lage recidiverisico volgens een deskundigenrapport van de Waag. Verweerder stelde dat het recidiverisico niet doorslaggevend is en dat de ernst en het recidiverende karakter van de misdrijven zwaarder wegen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verleden zwaarder moet wegen dan het deskundigenadvies dat het recidiverisico laag tot zeer laag is, temeer daar eiser sinds zijn vrijlating in 2019 niet meer in aanraking is gekomen met justitie. Daarom is het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht ondeugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.