ECLI:NL:RBDHA:2021:12356
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit wegens niet-rechtmatig verblijf zonder lopende aanvraag
De zaak betreft een beroep tegen een terugkeerbesluit van 20 mei 2020, opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan eiser, een Colombiaanse nationaliteit bezittende persoon die niet rechtmatig in Nederland verbleef. Eiser stelde dat hij een relatie had met een EU-burger en een aanvraag op grond van richtlijn 2004/38 EG wilde indienen, waardoor het terugkeerbesluit onterecht zou zijn.
Tijdens de zitting op 22 januari 2021 was eiser niet aanwezig. De rechtbank oordeelde dat op het moment van het terugkeerbesluit geen lopende aanvraag bestond en eiser ook niet had aangegeven een aanvraag te willen indienen. De politie had vastgesteld dat eiser niet rechtmatig verbleef en geen aanvraagprocedure liep.
Hoewel eiser later een aanvraag indiende, maakte dit het terugkeerbesluit niet onterecht. De opschorting van het terugkeerbesluit door de aanvraag was op 4 december 2020 geëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en eiser moet Nederland verlaten.