ECLI:NL:RBDHA:2021:12355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over duurzame relatie in vreemdelingenrecht na herstel motiveringsgebrek
De rechtbank Den Haag heeft op 29 januari 2021 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het ontbreken van een duurzame relatie tussen eiseres en referent. Na een eerdere tussenuitspraak waarin een motiveringsgebrek werd vastgesteld, heeft de Staatssecretaris een aanvullende motivering gegeven, waarop eiseres een zienswijze heeft ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de aanvullende motivering het motiveringsgebrek herstelt, met name door te benadrukken dat het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) geen specifiek onderzoek naar de duurzame relatie bevatte en dat tegenstrijdige verklaringen van eiseres en referent de geloofwaardigheid van hun relatie ondermijnen. De rechtbank volgt de Staatssecretaris hierin en stelt vast dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen blijven.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het eerdere motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen ongewijzigd. Tevens veroordeelt zij de Staatssecretaris tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waarbij ook de griffierechten en proceskosten in die procedure aan eiseres worden toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.