ECLI:NL:RBDHA:2021:12336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Eervol ontslag wegens ongeschiktheid door ziekte en geschil over eindafrekening en advocaatkosten
Eiseres, werkzaam bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, werd eervol ontslagen wegens ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid wegens ziekte. Zij betwistte de grondslag van het ontslag en de financiële afwikkeling, waaronder de vergoeding van advocaatkosten en de eindafrekening van vakantiegeld en verlofuren.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag op grond van artikel 98, eerste lid, aanhef en onder f, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) rechtmatig was, aangezien aan de voorwaarden voor ontslag wegens ziekte was voldaan. Het beroep tegen het besluit tot ontslag werd ongegrond verklaard. Ook de weigering van vergoeding van advocaatkosten werd bevestigd, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
Verder verklaarde de rechtbank het bezwaar tegen de eindafrekening van vakantiegeld en eindejaarsuitkering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De terugvordering van een teveel uitbetaald bedrag aan verlofuren werd gehandhaafd, omdat eiseres redelijkerwijs had kunnen weten dat zij te veel had ontvangen. Verzoeken tot schadevergoeding werden afgewezen. De beroepen werden in hun geheel ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen het ontslag en de financiële afwikkeling worden ongegrond verklaard en haar verzoeken tot vergoeding afgewezen.