Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
eisende partij in conventie,
gemachtigde: mr. O. Diels,
[naam B.V.] B.V.,
gedaagde partij in conventie,
gemachtigde: mr. J.S. Kuiper.
1.Procedure
2.Feiten
(…)
(…)
(…)
(…)
(…)
(…)
Rechtbank Den Haag
De werknemer trad in september 2019 in dienst als verkoopmedewerker bij een groothandel. Tijdens de COVID-19-pandemie bleef hij vanaf maart 2020 thuis vanwege verkoudheidsklachten, conform RIVM-richtlijnen. De werkgever betwistte het recht op loon omdat de werknemer niet ziek was gemeld en onvoldoende meewerkte aan re-integratie.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer recht heeft op de helft van het loon over april 2020, omdat hij niet ziek was maar thuisbleef op basis van RIVM-advies. Vanaf mei 2020 was de werknemer ziekgemeld en had recht op 90% loon, maar vanaf half juni 2020 heeft hij zijn re-integratieplicht gefrustreerd door niet in gesprek te gaan met de werkgever.
De werkgever moest het loon over april tot half april en juni tot half juni betalen, inclusief vakantiegeld en wettelijke verhogingen. De vordering van de werkgever tot terugbetaling van te veel betaald loon over mei werd toegewezen. De vorderingen over verkeersboetes en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Werkgever moet loon over april en juni 2020 betalen, werknemer moet te veel betaald loon over mei 2020 terugbetalen, overige vorderingen afgewezen.