ECLI:NL:RBDHA:2021:12263
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak aanvraag verblijfsvergunning humanitair
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op humanitaire gronden. Deze aanvraag werd afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank en verzocht zij tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat op het beroep waarop de voorlopige voorziening betrekking heeft, reeds uitspraak is gedaan onder zaaknummer NL21.10319. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af als kennelijk ongegrond.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter K.M. de Jager op 4 november 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het onderliggende beroep reeds uitspraak is gedaan.