Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 2 september 2021 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 oktober 2021, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering. Verweerder werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
Gezien de uitspraak in een gerelateerde zaak (NL21.14115) die op dezelfde dag werd gedaan, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.