ECLI:NL:RBDHA:2021:12217

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2021
Publicatiedatum
9 november 2021
Zaaknummer
NL20.21845
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens afdoening beroep

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het asielverzoek van de verzoeker niet in behandeling genomen, zoals besloten in het bestreden besluit van 22 december 2020. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De zitting vond plaats op 5 januari 2021 te Amersfoort, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, ondanks voorafgaande berichtgeving. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.

De voorzieningenrechter overwoog dat in een gelijktijdige zaak (NL20.21844) reeds uitspraak was gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. B. Fijnheer en bekendgemaakt op 6 januari 2021.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat het beroep reeds is afgedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL20.21845
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

In het besluit van 22 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL20.21844, plaatsgevonden op 5 januari 2021. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.21844, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op
06 januari 2021
En zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Mr. B. Fijnheer S. Westerhof
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.