ECLI:NL:RBDHA:2021:12212

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2021
Publicatiedatum
9 november 2021
Zaaknummer
NL21.13671
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Dublin-verordeningArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een soortgelijke zaak op 21 oktober 2021 te Breda. Na beoordeling wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, mede omdat in de hoofdzaak reeds een uitspraak was gedaan die het beroep ongegrond verklaarde.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends en is direct uitvoerbaar verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.13671

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.E.Th. Hogervorst),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E.van Hoof).

Procesverloop

Bij besluit van 23 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL21.13670, op 21 oktober 2021 te Breda op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.13670, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.