Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende op 15 juni 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Duitsland had het verzoek om terugname geaccepteerd.
Eiser stelde dat bij overdracht aan Duitsland indirect réfoulement dreigt, omdat Duitsland zijn asielaanvraag had afgewezen en hem mogelijk naar Afghanistan zou uitzetten. Tevens voerde hij aan dat Duitsland geen kosteloze rechtsbijstand verstrekt, wat in strijd zou zijn met het recht op een eerlijk proces en effectieve rechtsmiddelen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De regeling omtrent kosteloze rechtsbijstand in Duitsland is in overeenstemming met de Procedurerichtlijn en vormt geen schending van het recht op een eerlijk proces. De vrees voor indirect réfoulement werd niet gegrond bevonden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.