ECLI:NL:RBDHA:2021:12174
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- E.P.W. Kwakman
- mr. A.K. Mireku
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van artikel 8 EVRM
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel het uitoefenen van familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat verzoeker niet over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf beschikt en de familierechtelijke relatie met zijn broer niet is aangetoond.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die uitzetting verbiedt totdat op het bezwaar is beslist. Verzoeker heeft een langdurig privéleven in Nederland van ruim 34 jaar en onderhoudt een familieband met zijn broer, de enige nog levende familielid.
De staatssecretaris is niet verschenen en heeft geen inhoudelijk standpunt ingenomen over het bezwaar. De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat de dreiging van uitzetting onverminderd aanwezig is en de belangenafweging in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van € 1.496,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.