Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 21 oktober 2021, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van de verkeersongevallenanalyse, opgemaakt op 18 april 2020, voor zover inhoudende (p. 28, 30 en 32):
Het proces-verbaal van aanrijding misdrijf, opgemaakt op 11 augustus 2020, voor zover inhoudende (p. 4-5):
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 16 maart 2020, voor zover inhoudende (p. 42):
Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van 20 juli 2020 met betrekking tot [slachtoffer 1] , voor zover inhoudende (p. 76):
87km/u, althans met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse, vanwege filevorming, geldende maximumsnelheid van respectievelijk 70 en/of 50 km/u en vervolgens
ten gevolgewaarvan hij met zijn motorrijtuig tegen de achterzijde van een stilstaande Audi (met als bestuurster [slachtoffer 1] ) is gebotst en vervolgens die Audi in botsing is gekomen met een voor haar stilstaande Mazda (met als bestuurder [slachtoffer 2] ), waardoor een ander, te weten de bestuurster van die Audi (genaamd [slachtoffer 1] ) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,
te weten een hersenschudding en postcommotioneel syndroom.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
nietzal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 1 (één) jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.