ECLI:NL:RBDHA:2021:12065
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslag militair wegens drugsgebruik
Verzoeker, een militair in opleiding tot marinier, werd ontslagen wegens het gebruik van softdrugs samen met andere militairen, wat werd vastgesteld aan de hand van camerabeelden. Hij betwistte het ontslag en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Verzoeker stelde dat hij onvoldoende was geïnformeerd over het zero tolerance drugsbeleid en dat het ontslag onevenredig was gezien de omstandigheden zoals de geringe hoeveelheid softdrugs, zijn jeugdige leeftijd en toekomstperspectief.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder, de staatssecretaris van Defensie, verzoeker voldoende had geïnformeerd over het drugsbeleid via informatieboekjes, presentaties en leefregels. Het beleid stelt duidelijk dat drugsgebruik, ook buiten diensttijd, leidt tot ontslag. De voorzieningenrechter vond dat verzoeker het risico liep niet volledig op de hoogte te zijn en dat het beleid niet onredelijk werd toegepast.
Verder werd het belang van verweerder bij het handhaven van de inzetbaarheid en veiligheid van militairen zwaarwegend geacht. Het gebruik van drugs met andere militairen werd gezien als een ongewenste groepsbinding. Ondanks spijt van verzoeker, woog de voorzieningenrechter de belangen van verweerder zwaarder en zag geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het bezwaar van verzoeker had geen redelijke kans van slagen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens softdrugsgebruik wordt afgewezen.