ECLI:NL:RBDHA:2021:12049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiser meldde zich in maart 2017 ziek en vroeg een WIA-uitkering aan, die aanvankelijk werd geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar werd hij geschikt bevonden voor zes functies met een arbeidsongeschiktheid van 11,88%. In 2019 meldde eiser zich ziek met psychische klachten, waarna hij een ZW-uitkering kreeg toegekend. Een verzekeringsarts concludeerde in januari 2020 dat eiser geschikt was voor de eerder geduide functies, waarop de ZW-uitkering per 7 februari 2020 werd beëindigd.
Eiser voerde aan dat zijn psychische klachten waren toegenomen en overhandigde verklaringen van zijn praktijkondersteuner, maar de rechtbank volgde de verzekeringsarts die stelde dat er geen geobjectiveerde verslechtering was en dat de belastbaarheid juist was ingeschat. De rechtbank zag geen reden voor aanvullend medisch onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering per 7 februari 2020 wordt ongegrond verklaard.