Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen. Het primaire besluit van 25 juli 2019 en het daaropvolgende bezwaarbesluit van 28 oktober 2019 wezen de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat eiser alleen op het opgegeven adres woonde.
Eiser stelde dat psychische klachten hem verhinderden een verklaring over zijn woonsituatie af te leggen, maar deze klachten werden niet met stukken onderbouwd. Het college handhaafde het besluit en wees de aanvraag opnieuw af in een gewijzigd besluit van 13 januari 2020. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is omdat dit besluit is vervangen door het tweede besluit. Het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard omdat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld door schending van de inlichtingenplicht over de woonsituatie. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.