ECLI:NL:RBDHA:2021:11912

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 oktober 2021
Publicatiedatum
1 november 2021
Zaaknummer
C/09/618700 / JE RK 21-2370
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 1:265b lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige kinderen

Op 14 oktober 2021 heeft de kinderrechter van de rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van zes minderjarige kinderen. Dit volgde op een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden.

De moeder van de kinderen is medisch ongeschikt om voor hen te zorgen, en er zijn ernstige zorgen over de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen bij de vader. De vader weigert toestemming te geven voor uithuisplaatsing, terwijl de moeder niet in staat is de dagelijkse zorg op zich te nemen. De kinderen hebben aangegeven bang te zijn voor de vader en willen geen contact met hem.

De kinderrechter achtte het dringend noodzakelijk om de kinderen voorlopig onder toezicht te stellen en machtigde de gecertificeerde instelling om de kinderen gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen. De maatregelen zijn bedoeld om de veiligheid van de kinderen te waarborgen en een nader onderzoek mogelijk te maken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de mogelijkheid tot hoger beroep is geboden.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de kinderen voorlopig onder toezicht en machtigt hun uit huis plaatsing wegens zorgen over veiligheid en zorgonbekwaamheid van de moeder.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/618700 / JE RK 21-2370
Datum uitspraak: 14 oktober 2021

Beschikking van de kinderrechter

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 4 oktober 2021 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,

hierna te noemen: de Raad,
betreffende:
- [minderjarige 1]geboren op [geboortedag 1] 2004 te [geboorteplaats 1] Marokko,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2]geboren op [geboortedag 2] 2006 te [geboorteplaats 1] , Marokko,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ;
-
[minderjarige 3] ,geboren op [geboortedag 3] 2009 te [geboorteplaats 2] Marokko,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ;
-
[minderjarige 4] ,geboren op [geboortedag 3] 2009 te [geboorteplaats 2] , Marokko,
hierna te noemen: [minderjarige 4] ;
-
[minderjarige 5] ,geboren op [geboortedag 4] 2011 te [geboorteplaats 1] , Marokko,
hierna te noemen: [minderjarige 5] ;
-
[minderjarige 6]geboren op [geboortedag 5] 2017 te [geboorteplaats 2] , Marokko,
hierna te noemen: [minderjarige 6] ;
hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man]

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats]
advocaat gemachtigde: mr. H. Polat, te Den Haag.

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats]

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Procesverloop

Bij beschikking d.d. 4 oktober 2021 van de kinderrechter in deze rechtbank zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 5] en [minderjarige 6] voorlopig onder toezicht gesteld van 4 oktober 2021 tot 15 oktober 2021 en is machtiging verleend [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en [minderjarige 6] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de behandeling voor het overige aangehouden tot deze zitting.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook voornoemde beschikking d.d. 4 oktober 2021.
Op 14 oktober 2021 heeft de kinderrechter de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:
  • mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad;
  • mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Arabische taal.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] zijn op 8 oktober 2021 telefonisch door de kinderrechter gehoord.
De moeder is opgeroepen, maar niet verschenen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de kinderen met toepassing van artikel 1:257 van Pro het Burgerlijk Wetboek en tot machtiging [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en [minderjarige 6] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.
Ter zitting heeft de Raad aangegeven dat de moeder niet in staat is om gehoord te worden door haar medische toestand. De moeder is stabiel en wordt behandeld, maar het ziekenhuis mag vanwege de privacy geen verdere informatie delen. Er zijn zorgen over de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen en het feit dat de vader geen toestemming geeft om de kinderen elders te plaatsen nu de moeder de dagelijkse zog van de kinderen niet op zich kan nemen. Een jeugdbeschermer is noodzakelijk om te kijken wat er de komend periode nodig is voor de kinderen.
De gecertificeerde instelling onderschrijft het verzoek van de Raad. Er is geprobeerd om contact te krijgen met de moeder, maar dit wordt door het ziekenhuis afgehouden, omdat de moeder door haar medicatie niet in staat zou zijn om met de jeugdbeschermer in gesprek te gaan.
De vader heeft, mede bij monde van zijn advocaat, verweer gevoerd tegen de duur van de verzochte maatregelen. De advocaat heeft namens de vader naar voren gebracht dat de vader dit niet had zien aankomen. Het verzoekschrift is summier en ter zitting is er geen verdere informatie verstrekt. De vader had geïnformeerd moeten worden waar de kinderen zijn en hoe het met ze gaat. De vader wil dat de kinderen terug naar huis komen. Dit moet snel onderzocht worden. Het is van belang dat de moeder ook gehoord wordt en dat er snel een nieuwe zitting wordt gepland. Daarnaast verzoekt de vader om [minderjarige 6] bij zijn [zoon] te plaatsen.

Beoordeling

Op grond van de informatie, zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen en uit de verklaringen van de gehoorde personen, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat de kinderen hangend een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of de ondertoezichtstelling geboden is, voorlopig onder toezicht worden gesteld.
Voorts is de kinderrechter van oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat de machtiging tot uithuisplaatsing, hangend een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of de uithuisplaatsing geboden is, wordt verleend. Daartoe wordt in aanmerking genomen dat thans voldoende gebleken is dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden aanwezig zijn. De gecertificeerde instelling zal dan ook voorlopig worden gemachtigd – zulks in afwachting van het rapport en advies van de Raad – om de kinderen gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.
Daarbij overweegt de kinderrechter dat de moeder door haar medische toestand de zorg voor de kinderen op dit moment niet op zich kan nemen en dat er ernstige zorgen zijn over de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen bij de vader. De kinderen geven aan bang te zijn voor de vader en willen geen contact met hem. De kinderrechter acht de verzochte maatregelen noodzakelijk om de komende periode nader onderzoek naar de situatie te kunnen doen en de veiligheid van de kinderen te kunnen waarborgen. De kinderrechter zal de maatregelen daarom toewijzen zoals verzocht.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
stelt de kinderen van 15 oktober 2021 tot 1 januari 2022 voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
en
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling
en
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden [minderjarige 6] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021 door mr. J.J. Peters, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 oktober 2021.
Voor zover deze beschikking betrekking heeft op de machtiging tot uithuisplaatsing, kan hoger beroep worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.