Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Opvolgende rechterlijke machtiging
[de man]
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 september 2021.
Standpunten ter zitting
Beoordeling
.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van een jaar, gericht op het voortzetten van het verblijf van cliënt in een zorgaccommodatie. Cliënt, lijdend aan een psychogeriatrische aandoening met frontale kenmerken, vertoont ernstig nadeel zoals agressief en seksueel grensoverschrijdend gedrag, waarvoor opname noodzakelijk is.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de advocaat aan dat cliënt geen fysiek verzet toont en graag naar huis wil, maar de rechtbank oordeelde dat verzet niet beperkt is tot fysiek gedrag. Cliënt weigert zorg en medicatie en geeft herhaaldelijk aan naar huis te willen, wat voldoende is voor het verzetscriterium. De arts onderstreepte de noodzaak van voortzetting van de machtiging vanwege het zorgplan en de gedragsproblemen.
De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria voor verlening van de opvolgende machtiging is voldaan en verleende deze voor zes maanden, met het oog op het zorgvuldig uitvoeren van het zorgplan en het mogelijk maken van een proefperiode met uitbreiding van verlof en terugkeer naar huis. Het overige verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende machtiging voor voortzetting van het verblijf van cliënt in een zorgaccommodatie voor zes maanden.