Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding houdende een provisionele vordering van 25 november 2020, met productie 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van antwoord provisionele vordering, met productie 1 tot en met 9;
- de conclusie van repliek in het incident althans van nieuwe provisionele eis, met productie 8 tot en met 11;
- het tussenvonnis van 12 mei 2021, waarin een mondelinge behandeling is bevolen;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 20 juli 2021 en de daarin genoemde stukken, waarbij de Vereniging haar eis schriftelijk heeft gewijzigd.
2.De feiten
3.Het geschil
in de hoofdzaak:
4.De beoordeling
in de hoofdzaak
€ 1.126,00(2 x € 563,00)