Eiser, een Nigeriaanse man, verzocht om asiel op grond van zijn homoseksualiteit. Hij stelde sinds zijn elfde jaar een relatie te hebben gehad met zijn oom, wat leidde tot problemen en vlucht uit Nigeria. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van de geaardheid en misleiding over zijn identiteit.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn gevoelens en persoonlijke beleving van zijn homoseksualiteit. Zijn verklaringen waren summier en algemeen, zonder nuancering of toelichting op zijn struggles. Ook zijn geringe kennis van LHBTI-organisaties en het ontbreken van een diepgaand relaas versterkten het ongeloof.
Verder achtte de rechtbank het ongerijmd dat eiser seksuele handelingen verrichtte tijdens een feest terwijl hij zijn relatie geheim hield en voorzichtig was. De rechtbank vond dat verweerder terecht oordeelde dat eiser doelbewust relevante informatie over zijn identiteit had achtergehouden, wat de aanvraag als kennelijk ongegrond rechtvaardigde.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag definitief afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.