ECLI:NL:RBDHA:2021:1154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en afbouw indicatie individuele begeleiding volgens Wmo 2015
Eiser, met een psychiatrische stoornis en beperkingen in zelfredzaamheid, kreeg een indicatie voor individuele begeleiding via een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend. Na diverse besluiten en eerdere vernietigingen door de rechtbank, besloot het college de indicatie vanaf 15 februari 2019 stapsgewijs af te bouwen, omdat professionele begeleiding meer passend zou zijn.
Eiser voerde aan dat het college onvoldoende inzicht had gegeven in zijn ondersteuningsbehoefte en dat het medisch advies onzorgvuldig was. De rechtbank stelde vast dat het primaire besluit van 3 december 2015 tot 15 februari 2019 van kracht bleef en dat het college het pgb terecht afbouwde omdat de begeleiding door zijn moeder niet langer doelmatig was.
De rechtbank vond het medisch advies zorgvuldig opgesteld en voldoende onderbouwd. De indicatie voor professionele begeleiding was voorwaardelijk en werd daarom buiten beschouwing gelaten. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afbouw van de indicatie voor individuele begeleiding via pgb.