ECLI:NL:RBDHA:2021:11466

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 oktober 2021
Publicatiedatum
20 oktober 2021
Zaaknummer
AWB - 21 _ 2942
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:81 AwbArt. 1:2 AwbArt. 1:3 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening omgevingsvergunning kiosk Trekvlietplein

Verzoeker exploiteerde een tijdelijke kiosk aan het Trekvlietplein 32 in Den Haag, die in 2019 is afgebrand. Op 29 januari 2021 diende hij een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een permanente kiosk op hetzelfde adres. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat geen grondhuurovereenkomst zal worden aangegaan vanwege ontwikkelingen in het gebied, waardoor het bouwplan niet gerealiseerd kan worden.

Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de rechtbank en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening niet bedoeld is om een bodemzaak te versnellen en dat het bestreden besluit naar voorlopig oordeel rechtmatig is.

De rechtbank oordeelde dat zonder grondhuurovereenkomst het bouwplan niet kan worden gerealiseerd en dat verzoeker niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Daarom is de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit naar voorlopig oordeel rechtmatig is.

Uitspraak

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/2942
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 oktober 2021 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. M.R. Prins).

Procesverloop

Bij besluit van 9 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kiosk aan het Trekvlietplein 32 buiten behandeling gesteld.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 11 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Verzoeker exploiteerde een tijdelijke kiosk aan het Trekvlietplein 32 in Den Haag op grond van een standplaatsvergunning. Deze kiosk is in 2019 afgebrand. Op 29 januari 2021 heeft hij een aanvraag gedaan om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een permanente kiosk op hetzelfde adres.
5. Verweerder bij het primaire besluit deze aanvraag buiten behandeling gesteld op de grond dat geen grondhuurovereenkomst zal worden aangegaan voor de permanente stalling van een kiosk omdat de ontwikkelingen in dat gebied, de Binckhorst, zich hiertegen verzetten. Omdat het aangevraagde bouwplan nimmer zal kunnen worden verwezenlijkt, kan verzoeker niet worden aangemerkt als belanghebbende. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.
6. Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft omdat de omgevingsvergunning te lang op zich laat wachten. Er moet voor 31 december 2021 een omgevingsvergunning zijn verleend, aldus verzoeker.
7. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
7.1.
In de eerste plaats is een voorlopige voorziening niet bedoeld om een bodemzaak eerder behandeld te krijgen. Daarvoor is het instrument van een voorlopige voorziening niet bedoeld. Alleen al om die reden is het evident dat het verzoek moet worden afgewezen.
7.2.
In de tweede plaats is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat het bestreden besluit de rechtmatigheidstoets zal doorstaan. De gemeente Den Haag is eigenaar van de grond waarop verzoeker de permanente kiosk wil vestigen. De gemeente wil geen grondhuurovereenkomst sluiten met verzoeker. Zonder grondhuurovereenkomst kan het bouwplan niet worden gerealiseerd. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwplan kan om die reden niet worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en daarom niet als een aanvraag om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Dat leidt tot de conclusie dat verweerder naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld (zie de uitspraak van 26 juli 2017 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2017:2002).
8. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.L. Denters, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2021.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.