ECLI:NL:RBDHA:2021:11369

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 oktober 2021
Publicatiedatum
19 oktober 2021
Zaaknummer
C/09/601880 / FA RK 20-7759
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk wegens ontbreken huwelijksakte

Op 29 oktober 2020 is een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen ingediend door partijen. De rechtbank heeft het verzoekschrift ontvangen en aangegeven welke stukken ontbraken, waaronder de huwelijksakte, en heeft een termijn van vier weken gesteld voor het aanleveren van deze stukken. Ondanks meerdere verzoeken om uitstel door de advocaten van partijen en een verlenging van de termijn tot 1 september 2021, is het afschrift van de huwelijksakte niet overgelegd.

De rechtbank heeft tevens aangegeven dat het afschrift kan worden opgevraagd bij het Marokkaans Consulaat. Er zijn geen schriftelijke klemmende redenen aangevoerd noch is een verzoek tot mondelinge behandeling gedaan. Ook is geen verweerschrift ingediend. Hierdoor is de rechtbank niet in staat om op het verzoek te beslissen.

Op 26 oktober 2021 heeft de rechtbank dan ook verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot echtscheiding wegens het ontbreken van de noodzakelijke huwelijksakte binnen de gestelde en verlengde termijnen.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van de huwelijksakte binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 20-7759
Zaaknummer: C/09/601880
Datum beschikking: 26 oktober 2021

Scheiding

Beschikking op het op 29 oktober 2020 ingekomen gemeenschappelijk verzoek van:

[X] ,

de vrouw,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij te Katwijk,
en

[Y] ,

de man,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoek, dat strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
De griffie heeft de ontvangst van dit verzoekschrift bevestigd met de brief van 3 november 2020. Hierbij is aangegeven welke stukken ontbreken en dat deze binnen vier weken in één keer moeten worden toegevoegd. Daarbij is ook medegedeeld dat als dit niet gebeurt, verzoekers niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun verzoek, tenzij schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd of een verzoek tot mondelinge behandeling is gedaan.
Op 27 november 2020 heeft mr. W.J. Vroegindeweij namens de vrouw verzocht de overgelegde huwelijksakte te accepteren omdat het niet is gelukt een origineel afschrift van de huwelijksakte te verkrijgen.
Op 1 december 2020 en 22 december 2020 hebben de advocaten namens partijen uitstel verzocht voor het overleggen van de huwelijksakte.
Op 30 december 2020 heeft de rechtbank verzocht om binnen vier weken na genoemde datum een Attestation de Mariage, niet ouder dan drie maanden, over te leggen en daarbij vermeld dat het afschrift kan worden opgevraagd bij het Marokkaans Consulaat.
Op 9 februari 2021, 1 april 2021 en 31 mei 2021 heeft mr. W.J. Vroegindeweij namens de vrouw uitstel verzocht voor het overleggen van de huwelijksakte,
De termijn voor het indienen van de huwelijksakte is verlengd, laatstelijk tot
1 september 2021.
Beoordeling
Gebleken is dat, ondanks de gehonoreerde uitstelverzoeken, het afschrift van de huwelijksakte niet vóór afloop van de hiervoor vermelde termijn is overgelegd. Voorts is niet gebleken dat sprake is van klemmende redenen die voor de afloop van genoemde termijn schriftelijk aan de griffie zijn medegedeeld dan wel dat voor deze termijn een verweerschrift is ingediend. Evenmin is een verzoek tot een mondelinge behandeling gedaan. De rechtbank is, gelet op het ontbreken van de akte niet in staat op het verzoek te beslissen.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door A.M.C. Guit-van den Berg als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 oktober 2021.