ECLI:NL:RBDHA:2021:11276
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier verblijf bij partner
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar partner nadat haar eerdere vergunning was ingetrokken en een terugkeerbesluit was opgelegd. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het mvv-vereiste en geen vrijstelling kon worden verleend. Hoewel familieleven met de referent werd erkend, viel de belangenafweging in haar nadeel uit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat de inmenging in het gezinsleven gerechtvaardigd is, mede vanwege het feit dat verzoekster het familieleven is aangegaan zonder geldige verblijfsvergunning en dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Suriname of elders buiten de EU uit te oefenen. Medische omstandigheden van de referent en de coronasituatie werden niet als bijzondere omstandigheden aangemerkt die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Verzoekster kon onvoldoende aantonen dat zij bijzondere banden met Nederland heeft die de normale banden overstijgen. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor verblijf bij partner wordt afgewezen.