ECLI:NL:RBDHA:2021:11262

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 oktober 2021
Publicatiedatum
15 oktober 2021
Zaaknummer
AWB 21/541
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens medische zorg in Polen

Eiseres, een Russische nationaliteit houdende vrouw, had een verzoek ingediend om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een staaroperatie die zij op 11 november 2020 had ondergaan. Dit verzoek werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, omdat Polen verantwoordelijk is voor haar asielaanvraag en zij daar de benodigde medische zorg kan ontvangen.

Eiseres betoogde dat de medische zorg in Polen ontoereikend is en dat zij in Polen uitgeprocedeerd is, waardoor zij niet van de zorg gebruik kan maken. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat Polen de zorg kan bieden en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Polen zich heeft verbonden aan de voorwaarden voor medische zorg, ook bij een afgewezen eerdere asielaanvraag.

De rechtbank vond de stelling van eiseres onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat uit de medische verklaring niet blijkt dat de zorg in Nederland noodzakelijk is of dat reizen onmogelijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om uitstel van vertrek is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/541

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C. Wesenbeek).

Procesverloop

In het besluit van 21 december 2020 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen.
In het besluit van 27 januari 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 23 september 2021 op zitting behandeld. Eiseres was niet aanwezig. Namens haar is verschenen mr. E.A. Tsjoepieva, waarnemend voor haar gemachtigde
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1995 en heeft de Russische nationaliteit. De asielaanvraag van eiseres is niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de inhoudelijke beoordeling. Dit besluit staat met de uitspraak in hoger beroep in rechte vast. Eiseres heeft gevraagd om uitstel van vertrek vanwege haar gezondheidstoestand omdat zij op 11 november 2020 een staaroperatie heeft ondergaan. Volgens verweerder kan eiseres in Polen de benodigde medische zorg ontvangen. Verweerder heeft daarom de aanvraag afgewezen.
Wat vinden eiseres en verweerder in beroep?
2. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Volgens de oogarts is het van belang dat eiseres de medische zorg in Nederland ontvangt en kan niet zomaar worden gezegd dat Polen de zorg kan verlenen. Bovendien is eiseres in Polen uitgeprocedeerd, waardoor verweerder ten onrechte concludeert dat zij gebruik kan maken van de medische zorg daar.
3. Verweerder heeft (ter zitting) gemotiveerd verweer gevoerd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres terecht geen uitstel van vertrek heeft verleend, omdat eiseres de benodigde medische zorg in Polen kan ontvangen. Verweerder mag er daarbij vanuit gaan dat Polen zich aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel houdt. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat dit niet zo is en – zoals eiseres stelt – dat de zorg in Polen tekort schiet. Hierin is eiseres niet geslaagd. De enkele niet onderbouwde stelling dat de zorg in Polen niet volstaat dan wel niet toegankelijk is, is onvoldoende. Met het claimakkoord garandeert Polen dat zij de asielaanvraag van eiseres zullen behandelen. Daarmee hebben zij zich eveneens gebonden aan de voorwaarden die gelden met betrekking tot onder meer medische zorg. Dit is niet anders in het geval een eerdere asielaanvraag is afgewezen. Verder overweegt de rechtbank dat uit de brief van de oogarts niet blijkt dat eiseres de medische zorg in Nederland dient te ontvangen of dat eiseres niet in staat is om te reizen.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.Y. Majoor, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.