Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer: [V-nummer 1],
[eiser 2], eisers, V-nummers: [V-nummer 2] en [V-nummer 3]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft een aanvraag ingediend om haar verblijfsvergunning te wijzigen naar verblijf als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot, de referent. Eisers hebben aanvragen ingediend voor verlenging van hun verblijfsvergunningen voor verblijf bij hun moeder, eiseres. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft deze aanvragen afgewezen.
Na behandeling van het beroep van de referent heeft de rechtbank diens beroep ongegrond verklaard, omdat de aanvraag van de referent terecht was afgewezen. Eisers en eiseres hebben dezelfde beroepsgronden ingediend als de referent en geen nieuwe gronden aangevoerd.
De rechtbank oordeelt daarom dat ook de aanvragen van eisers en eiseres terecht zijn afgewezen en verklaart hun beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 15 oktober 2021.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunningen worden ongegrond verklaard.