ECLI:NL:RBDHA:2021:11192
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
Eiser, van Iraanse nationaliteit, stelde dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig was omdat de Staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting naar Italië. Een fout bij het terugnameverzoek aan de Italiaanse autoriteiten leidde tot een afwijzing, waarna een heroverwegingsverzoek werd ingediend. De Italiaanse autoriteiten stemden uiteindelijk in met terugname, waarna eiser aangaf geen rechtsmiddelen tegen het overdrachtsbesluit te zullen aanwenden.
De rechtbank toetste of sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 23 augustus 2021 de maatregel rechtmatig was. De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld, aangezien de fout bij het terugnameverzoek niet aan Nederland te wijten was, het heroverwegingsverzoek tijdig werd ingediend en de overdracht en vluchtboeking snel volgden.
Verder werd toegelicht dat de Italiaanse autoriteiten strikte termijnen en limieten hanteren voor overdrachten, waardoor een eerdere vlucht niet mogelijk was. Gezien de zeswekentermijn van de Dublinverordening achtte de rechtbank het handelen van de Staatssecretaris passend en rechtmatig.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.