ECLI:NL:RBDHA:2021:10997
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken medische onderbouwing arbeidsongeschiktheidsdag
Eiseres heeft in 2011 en opnieuw in 2019 een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij de eerste arbeidsongeschiktheidsdag werd vastgesteld op 1 juli 1996, een datum waarop zij niet verzekerd was. Zij betoogde dat deze datum arbitrair was vastgesteld en dat haar autismespectrumstoornis, die vanaf jonge leeftijd aanwezig is, onvoldoende was betrokken in de beoordeling. Eiseres stelde dat haar maag- en darmklachten uit 1996 verband houden met haar autismespectrumstoornis en dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag daarom eerder moet worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen het dossier zorgvuldig hebben bestudeerd en dat de medische rapporten geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die aanleiding geven tot herziening van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. De klachten uit januari 1996 konden niet medisch objectief worden onderbouwd als gevolg van de autismespectrumstoornis. De rechtbank hechtte aan de deskundigheid van de verzekeringsartsen en verwierp het beroep van eiseres.
Verder wees de rechtbank het beroep af dat eiseres deed op het gelijkheidsbeginsel, omdat de situatie van een lotgenoot niet vergelijkbaar was. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de Wajong-aanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering is ongegrond verklaard omdat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht op 1 juli 1996 is vastgesteld.