ECLI:NL:RBDHA:2021:10946
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling middelenvereiste wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie
Eiser, met Eritrese nationaliteit, betoogt dat hij de echtgenoot is van referente en vader van haar dochter. Referente heeft een verblijfsvergunning en heeft meerdere aanvragen voor verblijf van eiser ingediend, die steeds zijn afgewezen. De rechtbank stelt vast dat referente niet voldoet aan het middelenvereiste vanwege het ontvangen van een uitkering en onvoldoende bewijs van blijvende ontheffing van arbeidsinschakeling.
Eiser heeft geen geldige huwelijksakte of voldoende indicatief bewijs overgelegd om de familierechtelijke relatie aan te tonen. Zijn identiteit is onvoldoende onderbouwd met een kopie van een rijbewijs zonder geboortedatum of geboorteplaats. De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van officiële documenten hem niet kan worden tegengeworpen, maar eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert.
De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat de gezinsband niet aannemelijk is gemaakt en dat de afwijzing niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Ook het beroep op de Gezinsherenigingsrichtlijn faalt omdat het middelenvereiste terecht is toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie en het niet voldoen aan het middelenvereiste.