ECLI:NL:RBDHA:2021:10869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van afpersing door Guardia Nacional in Venezuela
Eiseres, van Venezolaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland wegens vermeende afpersing door de Guardia Nacional in Venezuela, nadat haar zoon in 2017 was gedeserteerd. Zij stelde dat zij sinds 2019 onder druk stond en maandelijks moest betalen aan leden van de Guardia Nacional, wat haar vertrek motiveerde.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres zich niet direct bij aankomst had gemeld, haar verhaal inconsistenties bevatte, zij haar werkzaamheden als straatverkoper niet aannemelijk had gemaakt en het risico op vervolging of afpersing niet geloofwaardig was. De rechtbank oordeelde dat de huiszoeking van 23 mei 2019 wel geloofwaardig was, maar de bewering van afpersing op 27 mei 2019 niet.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres geen reëel risico liep bij terugkeer naar Venezuela, mede gelet op het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het ontbreken van een gezinsband met haar zoon die in Nederland een eigen gezin heeft. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.