ECLI:NL:RBDHA:2021:10862
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraanse vrouw wegens ongeloofwaardigheid en late melding
Eiseres, een Iraanse vrouw, diende een asielaanvraag in na aankomst in Nederland met een Schengen-visum. Zij vreesde vervolging vanwege verkrachting, afvalligheid van de islam en problemen met haar echtgenoot. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, met name vanwege ongeloofwaardigheid van haar relaas over de verkrachting en late melding van de asielaanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de gehoren zorgvuldig waren afgenomen en dat de tolk adequaat vertaalde. De rechtbank vond de verklaringen over de verkrachting niet ongeloofwaardig, mede door een medische verklaring, en oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom dit element niet geloofwaardig zou zijn. Echter, de rechtbank ging voorbij aan dit motiveringsgebrek omdat verweerder de problemen als gevolg van de verkrachting als ongeloofwaardig mocht beschouwen.
De rechtbank oordeelde ook dat de vrees voor vervolging wegens afvalligheid niet aannemelijk was omdat niet was gebleken dat de autoriteiten hiervan op de hoogte waren. De afwijzing als kennelijk ongegrond wegens late melding werd bevestigd omdat eiseres geen gegronde reden had om zich niet direct te melden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Iraanse asielzoekster wordt ongegrond verklaard en haar asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.