ECLI:NL:RBDHA:2021:10774
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen hoogte leges bij aanvraag verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden
Eiser, houder van de Sierra Leoonse nationaliteit, heeft een verblijfsvergunning gekregen op niet-tijdelijke humanitaire gronden. Hij betaalde leges van €1.057,-, maar maakte bezwaar tegen de hoogte hiervan. Verweerder stelde dat de leges conform de Vreemdelingenwet 2000 verschuldigd zijn en verwees naar een tijdschrijfonderzoek en een rapport waarin de kostprijs van leges is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de werkelijke kosten van de aanvraagbehandeling. De diverse subcategorieën binnen de niet-tijdelijke humanitaire gronden verschillen te veel om een uniforme kostprijs te rechtvaardigen. Dit maakt toetsing aan het evenredigheidsbeginsel onmogelijk.
Daarom is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en wordt het beroep gegrond verklaard. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende inzicht in de werkelijke kosten van de leges.