Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
AWB 19/10038 (voorlopige voorziening)
[eiser] ,
[eiseres] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
22 oktober 2014 [4] en naar de eigen website met informatie over de Afsluitregeling. Ook heeft verweerder verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht van 29 mei 2020 [5] . Daarnaast is volgens verweerder geen sprake van schending van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden (EVRM).
22 oktober 2014. In die zaak hadden de ouders van het kind kennelijk nooit een asielaanvraag gedaan en een asielprocedure doorlopen, maar was sprake van een verblijfsachtergrond op basis van verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd. Die uitspraken hebben dus betrekking op de vraag of kinderen met een reguliere verblijfsachtergrond gebruik kunnen maken van de Overgangsregeling voor kinderen met een asielachtergrond. De rechtsvraag die in die uitspraken is beantwoord, is dan ook een andere dan die in deze zaak aan de orde is. Het standpunt in het verweerschrift dat “anders dan de rechtbank in deze uitspraak suggereert, was er in de casus die heeft geleid tot de uitspraak van 29 mei 2020 (…) ook geen sprake van een situatie dat de ouders van het kind nooit een asielprocedure hadden doorlopen.” heeft verweerder op de zitting niet nader kunnen motiveren en volgt de rechtbank dan ook niet.