Verzoekster, die in december 2020 met haar gezin tegen haar wil Nederland verliet en na verblijf in Turkije en Kenia onvoorbereid terugkeerde, vroeg maatschappelijke opvang aan bij het college van Leiden. Dit verzoek werd afgewezen omdat zij volgens het college voorzienbaar dakloos was en voldoende zelfredzaam.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster en haar kinderen Nederland tegen hun wil moesten verlaten vanwege de islamitische opvoeding die haar echtgenoot wilde opleggen. Gezien het korte tijdsverloop sinds vertrek, de belastende verhuizingen en de huidige overbevolkte woonomstandigheden, is tijdelijke opvang in het belang van de kinderen noodzakelijk.
Hoewel verzoekster normaal gesproken zelfredzaam is, is nu een zekere periode nodig om het leven weer op de rails te krijgen. Daarom wordt het besluit van 1 juli 2021 geschorst en wordt het college opgedragen opvang te bieden tot uiterlijk 31 januari 2022. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan verzoekster vergoed.