ECLI:NL:RBDHA:2021:10567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid lesbische gerichtheid en handhaving inreisverbod
Eiseres, een Armeense vrouw, diende haar derde asielaanvraag in met het argument van lesbische gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Armenië. Verweerder wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat hij de geloofwaardigheid van haar seksuele gerichtheid niet aannemelijk vond. De rechtbank bevestigt deze afwijzing.
De rechtbank overwoog dat eiseres pas bij haar derde aanvraag haar seksuele gerichtheid aanvoerde, terwijl van haar verwacht mocht worden dit eerder te doen gezien haar langdurige verblijf in Nederland en eerdere asielprocedures. Ook hield verweerder rekening met het referentiekader van eiseres, maar vond haar verklaringen summier en tegenstrijdig, onder meer over haar gevoelens, werkervaringen en publieke bekendheid in Armenië.
Verder handhaaft de rechtbank het eerder opgelegde inreisverbod, omdat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af wegens ongeloofwaardigheid van de lesbische gerichtheid en handhaaft het inreisverbod.