Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
Ten aanzien van de tenlastegelegde cocaïne acht de rechtbank de door het NFI positief geteste hoeveelheid van netto 6,7 gram van een materiaal bevattende cocaïne, bewezen.
envervoeren van cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen
,cocaïne en een hoeveelheid geld en een telefoon, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;
Karambit, zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen;
gevalin Nederland) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken
envervoeren van coca
ïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende coca
ïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen, hebbende verdachte voorhanden gehad (op zijn kamer en/of in zijn portemonnee):
ïne gevulde gripzakjes;
6,7gram van een materiaal bevattende coca
ïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
67 (zevenenzestig) DAGEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde: