ECLI:NL:RBDHA:2021:10504
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag Iraakse man
De Iraakse eiser heeft een opvolgende aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard omdat er geen nieuwe relevante elementen of bevindingen waren. Eiser stelde dat een doopakte een nieuw element vormde, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was, mede omdat eiser zelf verklaarde niet bekeerd te zijn tot het christendom en de doopakte slechts gebruikte om opnieuw asiel te verkrijgen.
Eiser voerde aan dat hij vreest voor vervolging bij terugkeer naar Irak vanwege vermeende bekering, maar deze vrees werd niet concreet onderbouwd en was onvoldoende volgens artikel 3 EVRM Pro. Ook zijn wens om zich in Nederland verder te ontplooien is geen grond voor asiel.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.