De kinderrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 1 september 2021 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen tot 7 december 2021, de duur van de ondertoezichtstelling. Dit volgt op een eerder besluit van 4 mei 2021 waarbij de minderjarige uit huis werd geplaatst.
De verlenging is gebaseerd op het feit dat ondanks positieve inzet van de ouders, er nog onvoldoende zicht is op hun opvoedvaardigheden en de situatie nog niet stabiel en veilig genoeg is om de minderjarige terug te plaatsen. De vader is opgenomen geweest in een verslavingskliniek en stopt met harddrugs, maar er blijven zorgen over het gebruik van wiet en Tramadol. Ook is er sprake van agressiviteit en beperkte probleeminzicht bij de ouders en familie.
De kinderrechter weegt mee dat begeleide omgangsmomenten goed verlopen, maar dat de risico's voor de veiligheid van de minderjarige prevaleren. Er wordt een intake gepland bij Cardea om de opvoedkwaliteiten nader te onderzoeken. De ouders verzetten zich tegen de verlenging en wijzen op beschermende factoren en hun inzet, maar de rechter acht terugplaatsing nog niet verantwoord.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld via de griffie van het gerechtshof Den Haag.