ECLI:NL:RBDHA:2021:10084
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezamenlijk gezag en omgangsregeling na mislukte hulpverlening
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling met zijn minderjarige kind. Na eerdere aanhoudingen en twee mislukte trajecten bij Cardea, waarbij ouders niet in staat bleken om op constructieve wijze samen te werken, werd het verzoek opnieuw beoordeeld.
Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming bleek dat de ouders niet met elkaar communiceren en er sprake is van onderling wantrouwen. Dit maakt gezamenlijke gezagsuitoefening niet in het belang van het kind. Ook het contact tussen vader en kind is sinds 2019 vrijwel afwezig, ondanks begeleide omgangsmomenten en eerdere hulpverlening.
De rechtbank volgt het advies van de Raad niet om de beslissing over omgang aan te houden, omdat langdurige hulpverlening nodig is en eerdere pogingen niet tot verbetering hebben geleid. De verzoeken van de vader tot gezamenlijk gezag en omgang worden daarom afgewezen om het belang van het kind te beschermen.
Uitkomst: Verzoek vader tot gezamenlijk gezag en omgangsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan communicatie en mislukte hulpverlening.