Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eisende partij sub 1] , te [plaats 1] ,
2.[eisende partij sub 2] ,te [plaats 2] , [land] ,
3.STICHTING RADAR INC, te Rotterdam,
4.NEDERLANDS JURISTEN COMITÉ VOOR DE MENSENRECHTEN,
5.AMNESTY INTERNATIONAL (AFDELING NEDERLAND), te Amsterdam,
6.CONTROLE ALT DELETE, te Amsterdam,
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 februari 2020, met producties, die is aangetekend in het centraal register voor collectieve vorderingen op 26 februari 2020,
- de conclusie van antwoord van 19 augustus 2020, met producties,
- het tussenvonnis van 28 april 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen ten overstaan van een meervoudige kamer op 15 juni 2021,
- de ambtshalve bepaalde mondelinge behandeling van 6 mei 2021 in het kader van de beslissingen van de rechtbank over de ontvankelijkheid van de vorderingen en de aanwijzing van de exclusief belangenbehartiger. Deze zitting vond plaats door middel van een audiovisuele verbinding. In overleg met partijen is geen proces-verbaal van deze zitting opgemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Collectieve actie en de vorderingen van [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2]
- Stichting Radar, NJCM en Amnesty International en hun vorderingen kunnen de toets van artikel 1018c lid 5 Rv doorstaan,
- dit geldt niet voor CAD en zijn vorderingen, die te zijner tijd in het eindvonnis niet-ontvankelijk zullen worden verklaard;
- Amnesty International wordt aangewezen als exclusieve belangenbehartiger en haar wordt als zodanig opgedragen dit vonnis aan te tekenen in het centraal register voor collectieve vorderingen;
- [eisende partij sub 1] en [eisende partij sub 2] hebben voldoende procesbelang bij hun vorderingen, zodat zij in die vorderingen kunnen worden ontvangen.